Home
Menu

Schouderinstabiliteit

De schouder bestaat uit een schouderkop (humeruskop) die beweegt op de schouderkom (glenoid). Indien het contact tussen de schouderkop en de kom verloren gaat tijdens bepaalde bewegingen (gevoel van “uit de kom gaan”) spreken we van instabiliteit.
Dynamische en statische structuren zorgen ervoor dat de schouderkop stabiel in de kom blijft zitten. Dynamische structuren zijn de pezen en spieren rond de schouderkop. Statische structuren zijn het bot zelf (kop en kom), het kapsel met de inliggende ligamenten rond het gewricht en de aanhechting van het kapsel op de kom (labrum).

De meest voorkomende vorm van instabiliteit treedt op als gevolg van een ongeval. Meestal wordt er een letsel van het kapsel en het labrum veroorzaakt. Minder frequent kan er ook een fractuur (breuk) ontstaan van het bot of kunnen de spieren (rotatorcuff) afscheuren.

De laatste vorm van instabiliteit is een aangeboren, verworven instabiliteit. Dit ontstaat tengevolge van extreme bewegingen in de schouder. Typische zien we dit bij bepaalde sporters (tennis, volleybal, handbal...).

Symptomen

Bij een ontwrichting van de schouder die volledig uit de kom gaat is er een uitgesproken pijn en de onmogelijkheid om de schouder nog te bewegen. Bij een onvolledige ontwrichting (subluxatie) voelt de patiënt meestal een klik met een onaangenaam gevoel in de schouder.

Onderzoek

Bij een volledige ontwrichting is de diagnose meestal evident. Er moet eveneens nagegaan worden of er geen zenuwletsels of letsels van de bloedvaten van de arm zijn opgetreden. Een röntgenopname is nodig om de diagnose te bevestigen.

Bij een verworven, chronische instabiliteit (subluxatie) zal het verhaal van de patiënten typische zijn en het klinisch onderzoek deze pathologie uitwijzen. Een radiografische onderzoeken voor dit type van schouderinstabiliteit is nuttig. Meestal is verdere investigatie nodig d.m.v. een arthro-ct scan of NMR die de letsels duidelijk in het licht stellen.

Behandeling

Een volledige ontwrichting wordt best snel behandeld. Dit kan gebeuren op de dienst spoedgevallen zonder narcose of de orthopedische chirurg kan besluiten dit in het operatiekwartier te doen onder lichte narcose. Na reductie zal de chirurg in functie van de letsels de verdere therapie bepalen.

Bij een chronische instabiliteit zal meestal gestart worden met kinesitherapie. Er wordt gestreefd naar het verstevigen van de spieren rondom de schoudergordel.

Bij een posttraumatische instabiliteit wordt meestal overgegaan tot een operatieve behandeling, vermits kinesitherapie hier minder succes zal hebben.

De operatie

Bankart herstel

De operatieve behandeling van instabiliteit verschilt naargelang aanwezige letsels (kapsel - spieren - bot). Meestal echter bestaat dit uit het herstellen van het kapsel en labrum dat afgescheurd is. Dit gewrichtskapsel en labrum wordt terug vastgehecht op het bot d.m.v. ankertjes en draden. Dit kan via een open procedure of via een kijkoperatie(=arthroscopie).
De studies aan dat het resultaat van dit herstel de via een kijkoperatie zeker zo goed is als ze via een open ingreep.

De ingreep gebeurt onder algemene verdoving en er zal eveneens een lokale verdoving worden toegediend thv de zenuwbanen in de hals (plexusverdoving), zodat de schouder onmiddellijk na de ingreep pijnvrij is. Een ziekenhuisopname van minimum één overnachting is te voorzien.

Complicaties

Deze ingreep kan een letsel van een zenuw, bloedvaten of spieren veroorzaken. Dit is echter zelden.

Deze ingreep heeft een hoge slaagkansen maar er bestaat steeds een kans op een nieuwe luxatie of subluxatie.

Postoperatieve frozen schoulder wordt zelden gezien na dit type van ingreep maar kan optreden door een overdreven reactie van het kapsel (capsulitis).

Revalidatie: het verloop na de ingreep

  • De schouder zal een aantal uren na de ingreep verdoofd zijn. De arm zal verlamd aanvoelen. Dit gevoel is normaal en zal spontaan verdwijnen. Nadien kan pijn optreden. Hiervoor wordt pijnmedicatie toegediend via een infuus indien nodig.
  • Het postoperatieve verband zal vervangen worden door een waterafstotend verband voor ontslag uit het hospitaal. Met dit verband kan je douchen (niet in bad).
  • De arm moet rusten in een draagdoek voor vier weken en de arm mag je niet zelf opheffen gedurende vier weken na de operatie, tenzij je arts het toelaat. Daarna kan kinesitherapie gestart worden in samenspraak met je behandelende chirurg.
  • Na 10-15 dagen worden de hechtingen verwijderd door je huisarts.
  • Een voorschrift voor pijnmedicatie wordt meegegeven. Gelieve geen ontstekingswerende medicatie te nemen na de ingreep. Dit kan de genezing van de peeshechting tegenwerken.